Hindoeïsme

Het hindoeïsme op Bali (Agama Hindu Dharma of Agama Hindu Bali) is de tweede grote godsdienst in Indonesië. Op Bali wordt deze godsdienst door meer dan 90% van de bevolking beleden. Deze godsdienst is niet te vergelijken met het hindoeïsme in India of met de oude hindoe-Javaanse godsdienst. Toch vormen deze twee elementen, samen met het boeddhisme de basis van het complexe hindoeïsme op Bali.

De Agama Hindu Dharma, waarin het geloof in één Opperwezen centraal staat, baseert zich op vijf principes, de ‘panca srada’:

1. het geloof in ‘Sanghyang Widhi Wasa’, de enige en ene God.
2. het geloof in ‘Atman’, de eeuwige ziel.
3. het geloof in ‘Kharma Pala’, de wet van oorzaak en gevolg.
4. het geloof in ‘Punarbhawa’, of incarnatie.
5. het geloof in ‘Moksha’, de eenwording met de Eeuwige Geest.

Reizend over Bali geven de vele beelden en tempels de indruk dat er veel goden aanbeden en vereerd worden. In werkelijkheid zijn het verschillende verschijningsvormen van de ‘trimurti’, de drie-eenheid: Brahma de schepper, Visnu de bewaarder en Siwa de vernietiger. Deze drie-eenheid is verenigd in één god: Sang Hyang Tunggal, de ‘Allerhoogste’, die zich op verschillende wijzen manifesteert. De vele goden en godinnen zijn dan ook slechts bepaalde aspecten van de ‘Allerhoogste’ of de ‘Enige’.


Het centrum van het geloof is de ‘pura desa’, waarin Brahmaanse priesters de voornaamste ceremoniën verrichten. Naast deze grote tempels zijn er ook nog vele duizenden andere tempels, waaronder dodentempels, familietempels en huistempeltjes op de woonerven. 
Op Bali is er altijd wel ergens een tempelfeest of religieuze ceremonie. Het hoogtepunt van het jaar vormt het grote tempelfeest, de ‘odalan’, dat in elk dorp ter herinnering aan de stichting van de tempel wordt gevierd. Wanneer de feesten moeten plaatsvinden wordt berekend aan de hand van de Balinese kalender, die gebaseerd is op het ‘wuku-’ of maanjaar. 



De meest ‘spectaculaire’ ceremonie om te zien is de lijkverbranding of ‘ngabèn’. Deze gebeurtenis maakt niet bepaald een trieste indruk, dat komt omdat degene die wordt gecremeerd vaak al maanden of jaren geleden is overleden, in afwachting van de familie om het geld voor de laatste ceremonie bijeen te sparen. Door de verbranding wordt de ziel van de overledene bevrijd om de hemel te bereiken. 
De grootte van de lijktorens is afhankelijk van de kaste en de rijkdom van de overledene. De toren stelt de kosmos voor. De basis heeft de vorm van een schildpad, omwonden door twee slangen (naga). Daarboven is een platform waar het lichaam op wordt gelegd en bevindt zich zodoende tussen hemel en aarde. Voor brahmanen gelden weer andere regels. Zij worden zo snel mogelijk na het overlijden gecremeerd en worden opgebaard in een baar die de vorm heeft van een ‘padmasana’ of lotuszetel. 
De verschillen met India zijn opvallend. In India zijn het eenvoudige plechtigheden, op Bali daarentegen worden ze met veel ceremonieel omgeven.

De bezielde natuur
De betekenis van traditionele (animistische) religies is ondanks het geringe aantal officiële aanhangers niet te verwaarlozen. Veel Indonesiërs blijven waarde hechten aan elementen uit het oude volksgeloof, ook nadat ze tot een van de ‘grote’ religies zijn toegetreden. Tussen de oorspronkelijke godsdiensten bestaan grote verschillen, ze hebben allemaal een eigen historische ontwikkeling doorgemaakt.

Een gemeenschappelijk element is het animisme, het geloof dat de natuur en door de mens gemaakte voorwerpen bezield kunnen zijn. Vooral oude bomen, bergen, grotten en bronnen zijn volgens het volksgeloof geliefde woonplaatsen van de geesten. Soms gaat het om echte natuurgeesten, maar een godheid of de geesten van overledenen kunnen op die plekken ook huizen.

Het geloof in een bezielde natuur gaat binnen de meeste oorspronkelijke Indonesische religies hand in hand met voorouderverering, een ander gemeenschappelijk element. Algemeen heerst de overtuiging dat geesten van overledenen invloed op het aardse bestaan uitoefenen. De ziel van een overledene moet daarom met veel zorg worden omgeven. Tijdens rituelen zorgen sjamanen voor het contact tussen de gewone mensen en de wereld van de geesten. Deze en andere rituelen vormen het cement van een traditionele samenleving.


tempel